www.wittedolfijn.nl

de beloega's

welkom | het geheim van de witte dolfijn | de beloega-eilanden | de beloega's  |  margreet strijbosch

Luister naar de  geluiden van de beloega's  - dan begrijp je waarom ze zeekanaries worden genoemd. 

 

andere websites

Beloega bij wikipedia

Beloega bij wereldomroep





 

International Fund for Animal Welfare (IFAW) Rusland; op deze site staan filmpjes van beloega's

Kijk naar een filmpje over beloega's van het International Fund for Animal Welfare (IFAW) in Moskou © IFAW Russia

En nog een filmpje ! © IFAW Russia

 

Witte Dolfijnen (beloega's) houden van kou. Deze zeezoogdieren zwemmen in noordelijke zeeŽn en oceanen rond de Noordpool. In de Witte Zee zwemmen 's zomers ongeveer 2000 beloega's. In juni komen vrouwtjesbeloega's met hun kinderen naar bepaalde baaien waar het ondiep is. Eerst krijgen zij kleintjes. De baaien zijn een ideale plek omdat een babybeloega maar heel even onder water kan blijven. In het ondiepe water kan de babybeloega makkelijk naar boven om adem te halen. Volwassen beloega's kunnen ongeveer een half uur achter elkaar onder water blijven, maar dan moeten ook zij naar het oppervlak om een luchtje te scheppen.         
                        
In juli komen ook mannetjesbeloega's naar de baaien in de Witte Zee om te paren met de vrouwtjes. De draagtijd van een beloega is ongeveer een jaar.

Half augustus verdwijnen alle beloega's weer naar open zee, de Witte Zee, en - de volwassen mannetjes - naar de Barentszee.

Het duurt een paar jaar voor een beloega volwassen is. Pubermannetjes zwemmen vanaf een jaar of twee rond in kleine groepjes, voordat ze beginnen aan een zelfstandig leven als beloegaman.

De vrouwtjes zwemmen altijd in groepen, samen met de jongen, die ook wel kalfjes worden genoemd.

Beloega's zijn enorme dieren: een volwassen mannetje kan wel acht meter lang worden!

Beloega's heten ook wel Witte Dolfijnen, maar officieel horen ze niet bij de dolfijnen. Samen met de narwal vormen ze een speciale soort, tussen walvissen en dolfijnen in.

 

 

copyright © Margreet Strijbosch